Oorlog tegen ons allen


Bradley Manning heeft zich schuldig verklaard op negen van de tweeëntwintig aanklachten inzake het lekken van overheidsinformatie over de oorlogen in Irak en Afghanistan. Met het doorgeven van video’s en documenten aan WikiLeaks is hij het dus geweest die de wereld heeft ingelicht over systematische martelingen en andere oorlogsmisdaden door Amerikaanse soldaten, over geheime gevangenissen van de CIA, over door de VS als spionnen geronselde VN-medewerkers, over verhoorpraktijken in Guantánamo, over de bewerking door de VS van hun bondgenoten. Mannings schuldbekentenis op een deel van de aanklachten kwam nog vóór het begin van zijn eigenlijke proces, omdat de militaire rechter in het vooronderzoek botweg heeft bepaald, dat zijn motieven tijdens de rechtszaak niet aan de orde mogen komen. De rechter wil alleen vastgesteld zien of en waaraan hij schuldig is. Zo zag Manning zich gedwongen nu al met zijn verhaal te komen. In een gedetailleerde verklaring tijdens een procedurezitting heeft hij zich een oprechte klokkenluider betoond, die het als zijn plicht zag zijn medeburgers in te lichten over ontspoorde militaire en politieke praktijken van de Amerikaanse overheid. Voor deze onthullingen zal Manning vele jaren, zo niet levenslang, moeten boeten. Hij zegt te hebben geweten dat hij zijn vrijheid op het spel zette, maar meende het belang van de samenleving te dienen, niet te schaden.
Politiek commentator Chris Hedges van Truthdig.com schreef daags na de zitting, dat Manning niet de enige zal zijn die moet boeten. De oorlog tegen hem, stelt hij, is in feite een oorlog tegen ons allemaal. Dit lijkt een overdreven inschatting, maar Hedges heeft wel degelijk een punt. Manning zit al bijna drie jaar in militair voorarrest, waarvan de eerste negen maanden in isolatiefolter. Die door Amnesty vastgestelde mishandeling was op zich al een demonstratie van het rabiate gehalte van zijn vervolging. Tijdens het vooronderzoek werden documenten waar de aanklagers mee kwamen niet aan de verdediging ter beschikking gesteld, transcripties van verklaringen niet overhandigd. Gevoegd bij de absurde bepaling, dat Mannings motieven tijdens de rechtszaak niet aan bod mogen komen, doemt onmiskenbaar het beeld van een zwaar gemanipuleerd politiek proces op. Kern daarvan vormt de venijnige aanklacht ‘hulp aan de vijand’. Hoewel de aanklagers hebben aangekondigd levenslang te eisen, houdt de krijgsraad de vrijheid de doodstraf op te leggen. Een zeer verontrustend idee, juist gezien het wegkijken van de vooraanstaande media in de VS. Die hebben met de publicaties in het kielzog van WikiLeaks goede zaken gedaan, maar lopen laf weg nu de onthuller wordt aangepakt. Zo bieden zij de staat de kans het grondrecht in een democratie om de overheid te kritiseren met voeten te treden. Met het verzuim om hun feitelijke bron te beschermen laten de media ook zichzelf muilkorven. Daarmee geven zij de Amerikaanse regering vrij spel, terwijl de veroordeling van Manning nieuwe klokkenluiders zal weerhouden op te staan. Zo bezien is dit inderdaad een oorlog tegen ons allen.

Boudewijn Chorus

Opname van Mannings verklaring gepubliceerd op internet

De Freedom of the Press Foundation, een groep die onder meer is opgericht door Daniel Ellsberg (Pentagon Papers), heeft op zijn website een 68 minuten lange opname gepubliceerd van de verklaring van Bradley Manning voor de rechtbank op 28 februari. Tevens is een geredigeerde versie van vijf minuten, waarop Manning is te horen, ondersteund door beeldmateriaal op You Tube gezet. Volgens Associated Press zou uit typegeluiden op de achtergrond zijn af te leiden, dat de opname mogelijk is gemaakt in de perskamer van de rechtbank.

Bradley Manning zet zijn motieven uiteen

Manning heeft voor de tweede keer tijdens een procedurele zitting gesproken in de rechtbank. Terwijl hij in november verteld had over de erbarmelijke omstandigheden waaronder hij geruime tijd in de mariniersgevangenis Qantico was opgesloten, ging hij nu uitgebreid in op de gang van zaken rond het uitlekken van grote aantallen militaire dokumenten naar Wikileaks en zijn persoonlijke motieven. In een pleidooi van 35 kantjes pleitte hij schuldig in het geval van tien van de 22 delikten waarvan hij beschuldigd wordt. Deze kunnen in totaal 20 jaar gevangenisstraf opleveren. Op 12 andere (deels zwaardere) aanklachten, waaronder de zwaarste (spionage en hulp aan de vijand) pleitte hij onschuldig.
De rechter van de krijgsraad had eerder bepaald dat Mannings motieven tijdens de eigenlijke zittingen, die in juli beginnen, geen rol mogen spelen. Door zijn pleidooi nu voor de rechter te houden (het gaat dus uitdrukkelijk niet om een overeenkomst met de aanklagers) heeft Manning zijn motivatie toch aan de wereld kunnen meedelen.
Gekleed in uniform vertelde Manning dat hij geheime dokumenten had doorgegeven aan Wikileaks, omdat hij geschokt was over wat zich in Irak tijdens de Amerikaanse bezetting waarvan hij deel uitmaakte, afspeelde en vond dat het Amerikaanse publiek er recht op had dit te weten. Het beruchte helikopterincident uit 2007 waar hij op stuitte vormde een trigger. Daarbij werden twaalf niet bij de strijd betrokken Irakezen waaronder een fotojournalist door vuur vanuit een Apachehelikopter gedood en enkele kinderen ernstig gewond. De bemanning maakte er grappen over. Manning kwam tot de konklusie dat de Amerikanen in Irak “geobsedeerd waren om mensen te doden en te pakken te krijgen in plaats van samen te werken”. Hij had de overtuiging dat door het bekend maken van de dokumenten een debat zou kunnen gevoerd worden over de oorlogspolitiek van de VS. Daarbij zou “de maatschappij de noodzaak of zelfs de wens opnieuw kunnen bekijken om kontraterrorisme- en kontraguerrilla-operaties uit te voeren, die geen rekening houden met het effekt dat ze hebben op mensen die elke dag in die omgeving moeten leven”. Met deze verklaring heeft Manning zich duidelijk gepresenteerd als overtuigingsdader.
Eerder afgelopen week had de rechter van de krijgsraad ondanks het verweer van de advokaten bepaald dat het telkenmale uitstellen van het proces tot in totaal 16 maanden geen inbreuk heeft gemaakt op het recht van de beklaagde op een snel proces. Dat bekent dat het eigenlijke proces begin juni van start kan gaan. Het zal naar verwachting een week of zes duren.

Een voorlopig verbatim verslag van de verklaring van Manning door een aanwezige journaliste is hier te vinden.

Manning zit 1000 dagen in de gevangenis en geheimhouding heerst nog steeds

Naar aanleiding van de 1000e dag die Bradley Mannning in zijn cel heeft doorgebracht gaat Ed Pilkington, die het proces Manning volgt voor de Britse Guardian, in op de aan het absurde grenzende geheimhouding die heerst rond de zittingen. "Een proces, waarvan de kern wordt gevormd door de eeuwenoude konfrontatie tussen de wens van een regering om geheimen te bewaren en de behoefte van het publiek aan openbaarheid, wordt zelf gevoerd onder zeer strenge beperkingen op al hetgeen naar buiten komt."
Geen van de proces-verbalen van de zittingen van de krijgsraad is tot op heden gepubliceerd. Geen van de verzoeken van de openbaar aanklager aan de rechtbank is openbaar gemaakt. De belangrijkste verdediger, David Coombs, moet pleiten om zijn eigen verzoeken te mogen publiceren en als hij toestemming krijgt moet hij zijn eigen dokumenten censureren tot in het absurde.
Bij een bepaald tussenvonnis op een verzoek van de verdediging las de rechter gedurende anderhalf uur een tekst voor in een tempo dat het vrijwel onmogelijk maakte er behoorlijk verslag van te doen. Geen kopie van het vonnis werd ter beschikking gesteld van het publiek, naar aangenomen wordt op gronden van nationale veiligheid, hoewel het in een openbare rechtszitting was voorgelezen.
Een eerlijk en openbaar proces is van immens belang voor Manning, die een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd hangt, terwijl voor hulp aan de vijand zelfs de doodstraf kan worden opgelegd. Maar, aldus Pilkington, het is ook van belang voor ons allemaal. Met name het delikt hulp aan de vijand wordt door de militaire justitie zodanig ruim geïnterpreteerd, dat het laten uitlekken van staatsgeheimen, die terecht kunnen komen op internet neerkomt op het overhandigen van informatie aan types als Osama bin Laden. Een van de aanklagers antwoordde bevestigend op de vraag of de regering Manning ook zou vervolgen als hij zijn informatie had overhandigd aan de New York Times. Pilkingtons konklusie: als je het zo bekijkt zitten we samen met Manning in de cel.

Journalisten VS bezorgd over inperking van hun bronnen


Tijdens de jongste reeks pre-trial-zittingen is duidelijk geworden, dat de militaire aanklagers het (nog te bewijzen) lekken naar Wikileaks gelijk stellen aan het lekken naar welk medium dan ook. Journalisten in de VS zijn hier inmiddels tegen te hoop gelopen. Nooit eerder is een militair in de VS geïnterneerd op beschuldiging van hulp aan de vijand na het doorgeven van militaire ‘geheimen’ aan de media. In het geval van Bradley Manning neemt dit onderdeel van de aanklachten (waar levenslang op kan staan) perverse vormen aan, nu de aanklagers stellen, dat het er niet zozeer toe doet of Manning de bedoeling had de vijand te helpen, maar dat het voldoende is als hij het had kunnen weten.
In een hoofdredactioneel commentaar op deze wel erg gemakzuchtig aandoende constructie heeft inmiddels onder meer de Los Angeles Times de aanklagers opgeroepen om de aanklacht ‘hulp aan de vijand’ te laten vallen, al was het maar ‘omdat deze beschuldiging ons gezien het gebrek aan bewijs even onzinnig voorkomt als het idee dat Manning zich bewust zou hebben gericht op vijandige naties of terroristen’. Ook een prominente redacteur van de New York Times, Margaret Sullivan, heeft zich bezorgd getoond over de implicaties van de vervolging van Manning op dit punt: “Aangezien het publiek van de pers verwacht dat zij haar cruciale taak in de democratie vervult is het verbazingwekkend dat zij hierop nog nauwelijks is aangesproken.”
Haar NYT-collega en columnist Bill Keller sloot zich hierbij aan en stelde, dat ‘de mogelijk geleden schade door Mannings actie in geen verhouding staat tot de manier waarop hij militair-strafrechtelijk wordt vervolgd’.
In The Guardian schrijft Glenn Greenwald, dat deze aanklacht mutatis mutandis één op één van toepassing kan worden geacht op vrijwel alle inside-bronnen waar bekende onderzoeksjournalisten zich doorgaans op baseren. Volgens Greenwald zouden serieuze media er verstandig aan doen zich goed te verdiepen in dit aspect van de zaak tegen Manning en massaal verzet moeten aantekenen, willen ze voorkomen dat zij vanwege hun huidige en toekomstige klokkenluidende bronnen vergelijkbaar gaan worden aangepakt en vervolgd.

Justitie moet aantonen dat Manning wist dat hij de vijand hielp

Tijdens de voortzetting van de procedurele zittingen heeft de militaire rechter beslist dat justitie zal moeten aantonen dat Bradley Manning wist dat hij informatie verschafte aan de vijand, in het geval bewezen wordt verklaard dat hij dokumenten heeft onthuld aan Wikileaks. De rechter heeft niet aangegeven wie in dit verband aangeduid wordt als de vijand. Justitie heeft verklaard te willen aantonen, dat onder meer Bin Laden aan een medeplichtige zou hebben gevraagd om dokumenten van Wikileaks. Dit lijkt misschien weinig steekhoudend, maar het kriterium kan tricky blijken, omdat er eerder berichten zijn geweest dat de Amerikaanse overheid bezig is ook Wikileaks zelf als een vijandige instantie te beschouwen. Justitie zou in de periode die nu nog rest tot het proces in juni op dit gebied gemakkelijk een konijn uit de hoed kunnen toveren.
Nog ongunstiger voor Manning is dat rechter kolonel Denise Lind ook heeft bepaald dat het motief van Manning tijdens het proces alleen een rol mag spelen als het erom gaat aan te tonen dat hij inderdaad niet wist dat door hem doorgespeeld materiaal door de vijand kon worden gezien. Verder mag deze kant van de zaak alleen aan de orde komen als het er om gaat hoe hoog de straf wordt indien het delikt bewezen wordt verklaard, dus in de allerlaatste fase van het proces. Dit verzwakt Mannings positie als klokkenluider, omdat hij nu niet vanaf het begin af aan mag betogen dat hij in het algemeen belang heeft gehandeld, dat dat zijn motief is geweest.
Manning mag verder tijdens het proces de schaderapporten van de inlichtingendiensten over de effekten van het uitlekken van de dokumenten alleen gebruiken als het gaat over het bepalen van de strafmaat. Ook dit is niet gunstig voor hem, omdat de verdediging die rapporten had willen gebruiken om aan te tonen dat de nationale veiligheid niet in het geding is geweest.
De rechter zal in februari beslissen over de argumenten van de verdediging dat de militaire justitie zijn recht op vervolging verspeeld heeft door het alsmaar rekken van het proces (Manning zit nu twee jaar en acht maanden in voorarrest).

Rechter erkent illegale bestraffing Manning

De rechter in de zaak Manning heeft vastgesteld dat de beperkingen tijdens zijn hechtenis in de mariniersgevangenis 'excessief' en bij tijd en wijlen illegaal waren en verder gingen dan wat nodig was om zijn veiligheid te waarborgen en het risiko van zelfmoord te voorkomen. Bij het toekennen van kompensatie hiervoor was de rechter echter erg karig. Volgens de wet was het mogelijk om het hele proces te stoppen vanwege deze inbreuk op de rechten van de gevangene Manning. In het geval dit niet gebeurde hadden de advokaten gevraagd voor elke dag dat zijn rechten geschonden waren tien dagen te verrekenen met de eventuele uiteindelijke strafoplegging. De rechter kompenseerde echter 1-op-1, zodat Manning uiteindelijk zo'n maand of vier strafvermindering kan krijgen.
Rechter Denise Lind besloot vervolgens het eigenlijke proces opnieuw uit te stellen van maart tot begin juni om extra tijd te hebben om eventueel geheime gegevens die ingebracht worden in de procedure beter te kunnen beoordelen.
Deze week zal de rechter een beslissing nemen over de vraag of de motieven van Manning in het proces ter sprake mogen komen om te beoordelen of wat hij gedaan heeft wel strafbaar is. De verdediging wil dit, maar justitie vindt dat het alleen een rol mag spelen bij het bepalen van de strafmaat.